Wormen zijn vies, gft-afval is vies en mest is vies. Misschien omdat ik uit de stad kom, maar dat doer er nu even niet toe. Wormen, gft en mest zijn dus een perfecte combinatie. En dat kan, in een wormenbak. Of wormenhotel, als je echt je best doet.

Afval scheid/ten

Wij scheiden ons afval keurig: plastic in de oranje bak, papier in de blauwe bak, gft in de groene bak en de rest in de grijze bak. En als je dat een beetje goed doet, blijft er bijzonder weinig restafval over: een klein vuilniszakje per week, hooguit. En een hele grote, stinkende berg luiers, dat wel.

En die vier bakken met afval worden zo nu en dan geleegd door gespierde helden op een stinkende wagen. Maar zou je niet leuk zijn als je de heren en dames een handje kunt helpen door zelf je afval alvast te verwerken? Voila, de wormenbak! De wormen eten het gft-afval en verwerken het tot compost. Kortom, van afval scheiden naar afval scheiten. 

Een Hornbach-project

Het leek me wel wat, mijn eigen afvalverwerkingsproject. En omdat je iets volgens  de reclame pas een project mag noemen als je bij de Hornbach bent geweest, stond ik daar op zondagmiddag.

Voor de wormenbak had ik twee dingen nodig: wormen en een bak. De laatste had ik snel genoeg gevonden bij bovengenoemde kluswinkel, maar voor wormen moest ik toch echt naar een andere wormenbakhouder. 

De wormen uit de tuin blijken niet geschikt, en dus eindigde ik ergens achterin een Vinexwijk (dé Vinexwijk van Tilburg), om te concluderen dat ik hier echt alleen kom als ik iets op Marktplaats heb gekocht. Of om wormen op te halen. 

Wormen: check! Bakken: check! Klaar om te klussen!

De linkshandige blinde doe-het-zelver

En even later stond ik met twee linkerhanden en een boormachine gaatjes te boren in plastic bakken. Kieskeurig als ik ben op de gok met mijn timmermansoog (waaraan ik blind (b)lijk te zijn…). Maar hé, geen worm die daarnaar kraait. 

Vervolgens een laagje eierdozen en krantenpapier erin (wat nog verdomd lastig te regelen is met een nee-nee-sticker op de deur), de wormen erin, laag fruit- en groenteresten erop en wachten maar. 

Wait for it!

Na 5 minuten gebeurde er nog niets. Na 10 minuten ook niet. Zelf na een uur, een dag en drie dagen was er nog niets te zien. Terwijl ik toch elke dag netjes het gft-afval in de bak gooide. Hadden de wormen het misschien te koud? Te warm? Te nat? Te droog? Vonden ze de bak niet mooi? Of waren ze gewoon zo dood als een pier? 

Maar net toen ik de handdoek in de ring wilde gooien, en de wormenbak in de kliko, zag ik ineens wat druppels bruin spul in de opvangbak liggen. Jeuh! De wormen werken! Mijn liefde, zorg en geduld wordt beloond!

Als een tierelier

Sindsdien gaat het hard: elke dag koffiefilters, theezakjes, bananenschillen, eierschalen en paprikaresten in de bak, en de wormen genieten en vermenigvuldigen alsof hun leven ervan afhangt. 

Na ruim een maand is dit het resultaat: 2 liter percolaat (dat we gebruiken als voeding voor de planten), héél véél wormen waarmee ik echt een band opgebouw heb, en inmiddels ben ik aan de tweede bak begonnen. 

Wormenbak

En de kinderen? Die vinden het “wow, dat zijn echt veel wormen!”, maar verder vooral nog niet zo veel. En vriendin ook niet, overigens. 

En zo is de wormenbak onbedoeld een echt mannenproject geworden. Terwijl ik wormen vies vind, gft-afval vies vind én mest vies vind. 

Ach, alles voor het goede doel 😉


Geef een reactie