Ik vind al jouw duurzame acties echt lovenswaardig, Michael, maar ik doe er niet aan mee.” Ik vulde de zin zelf aan: “… want naast noemenswaardig is het ook gewoon naïef en zinloos.”

Er volgde een verhitte over de waarde van individueel duurzaam gedrag. Ik doe dat onder het mom van ‘alle beetjes helpen’, een vriend van mij niet omdat het slechts ‘een druppel op een gloeiende plaat’.

Naïef en zinloos noemde hij mijn acties trouwens niet, maar hij gaf wel toe weinig te zien in individuele acties. Waarom ik er toch mee doorga? Om verschillende redenen… 

De groene bubbel en de klimaatscepticus

Het was een interessant gesprek en ook een eye-opener voor mij. Ik leef in mijn groene bubbel vol medestanders: klimaatbewuste meteorologen op Twitter, connecties in de duurzame sector op LinkedIn en een partner die met mij meestrijdt. 

En dan zit daar ineens iemand die er niet aan meedoet.

Niet omdat hij ‘klimaatscepticus’ (waarmee het makkelijk discussiëren is), ‘klimaatontkenner’ of onder een andere titel het klimaat en duurzaamheid maar onzin vindt. Maar omdat hij denkt dat zijn individuele acties geen zoden aan de dijk zetten.

Alle beetjes of een gloeiende plaat?

Het probleem is groter dan hij kan oplossen, dus zijn vegaburger in plaats van biefstuk heeft een verwaarloosbaar effect. Daar heeft hij natuurlijk gelijk in, zeker bekeken door zijn economische bril (want dat heeft hij). Het is simpelweg niet efficiënt en rendabel.

Zie hier het is het verschil tussen mijn idealisme en zijn objectivisme. En de reden dat we naast de energietransitie ook een economische transitie nodig hebben, maar dat is voer voor een volgend artikel. 

Het werd en discussie over de ‘beetjes’ die helpen of slechts een druppel op een gloeiende plaat zijn. Of allebei, want we hebben waarschijnlijk allebei een punt. De discussie is niet zwart-wit, het is heel veel tinten grijs (geen idee trouwens of het er 50 moeten zijn, ik heb het boek nooit gelezen).

De dakloze en duurzaamheid

Op een gegeven moment maakte ik de vergelijking met de dakloze voor de Albert Heijn. Ik zag namelijk vele gelijkenissen tussen het wel of niet helpen van een dakloze en het helpen van van ‘de aarde’.

1. Schaamte of schuld afkopen

Ik stelde de vraag of hij daar wel een euro aan geeft. En met welk doel? Een bepaald gevoel van schuld of schaamte afkopen? Uit medelijden? Dat zijn ook redenen om geld ‘uit te geven’ aan duurzamere keuzes. Je ziet dat bijvoorbeeld terug als je gaat vliegen en je reis kunt ‘compenseren’. 

‘Het probleem’ van de dakloze oplossen doe je in ieder geval niet mer die euro. Een dakloze redt het niet alleen of met jouw euro. Om hem uit zijn daklozenbestaan te halen, zul je meer moeten bieden: onderdak, een baan, persoonlijke hulp en begeleiding. 

Dat kun je als individuele bezoeker aan de Albert Heijn niet, en daarmee is jouw euro voor de dakloze net zo’n druppel op een gloeiende plaat als de extra euro voor de soyayoghurt in plaats van gewone yoghurt (wat jeetje, dat is prijzig zeg!). 

2. Hulp ‘van boven’ is nodig

Om een welwillende dakloze te helpen is hulp ‘van boven’ nodig. Een organisatie die zich over hem ontfermt, een overheid die helpt zijn leven (weer) op de rit te krijgen.

Toch krijgt een dakloze zijn euro wel, en een duurzame actie niet. Maar waarom hij wel en het klimaat niet? Omdat het een mens is waarmee we ons associëren? En onze kinderen dan, de volgende generaties die de gevolgen van ons leven mogen dragen?

Mijn individuele duurzame acties zijn dan ook een signaal naar de overheid en het bedrijfsleven toe: wij redden het niet alleen en hebben jullie hulp nodig. Hoe meer mensen op zoek gaan naar ‘verre vakanties dichtbij’, ‘vegetarisch vlees’ en ‘elektrische auto’s’, hoe meer bedrijven hierop in zullen springen. 

En hoe harder wij gaan roepen dat we in Nederland een snelle(re) energietransitie willen, des te sneller zal de overheid ook actie willen (of moeten) ondernemen. Tenminste, dat is het idee van democratie.

3. Symboliek

Dan het effect van de individuele acties: natuurlijk weet ik dat mijn druppel op de gloeiende plaat van klimaatverandering een heel kleine, verwaarloosbare bijdrage is. Het is een vorm van symboliek, maar ook meer dan dat (net als de groene bushokjes in Utrecht). 

Daarbij kan ik de redenering ook omdraaien. Je kunt zeggen: “ik doe niets, want mijn gedrag levert toch nauwelijks iets op.” Maar andersom weet je wel dat alle niet-duurzame gedragingen (vliegen, vlees eten, stoken met het raam open) wél een negatieve bijdrage leveren. 

4. De olievlek

Bovendien hoop ik op een olievlekeffect, als ik die term in het licht van het milieu een beetje vreemd. Als we zien dat een dakloze geldt krijgt, zijn we zelf eerder geneigd om ook geld te geven. Met mijn duurzame acties (en door daarover te vertellen) hoop ik op hetzelfde effect. 

Een signaal dat alle kleine beetjes helpen, maar vooral ook het signaal dat een duurzamer leven niet een minderwaardig, slechter, vervelender of minder leuk leven is. Als ik zo maar twee mensen van kan overtuigen, en zij weten hun vrienden en familie ook weer te enthousiasmeren, dan verspreid mijn gedachte zich als een olievlek over het land.

5. Het verschil (of de overeenkomst)

Overigens lijkt er een verschil te zijn tussen daklozen en duurzaamheid. Een duurzame keuze, hoe klein ook, lijkt altijd een positieve bijdrage op te leveren. Bij de dakloze is dat nog maar de vraag, want weet jij wat hij van die euro gaat kopen? Eten, drank of drugs?

Toch is ook de duurzame keuze niet altijd de betere. Neem een biologische biefstuk: qua dierenwelzijn is dit uiteraard de betere keuze, maar de milieubelasting van een biefstuk is enorm. En van een biologische biefstuk misschien nog wel meer dan van een ‘gewone’.

Het blijft dus belangrijk om kritisch en oplettend te blijven: bij daklozen (kopen ze wel echt eten van jouw euro?), maar ook bij duurzaamheid (trap je niet in greenwashing?).

Doel bereikt

De conclusie van het gesprek? We gingen er niet uitkomen, ook omdat het tijd was om naar huis te gaan. Ik blijf als individu duurzame acties ondernemen, en hij niet. Dat is voor mij oké, want ik wil niemand ergens toe dwingen. 

Maar ik heb hem er wel van overtuigd een keer een vegaburger te kopen. Om te ervaren dat een duurzame keuze voor hem misschien een nutteloze druppel op een gloeiende plaat is, maar wel een die hem niets ‘kost’. En waarom zou je het dan niet gewoon proberen? 

Want om er na de clichés over alle beetjes die helpen en druppels op gloeiende platen nog maar eentje in de gooien: baadt het niet, dan schaadt het niet.


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.