Ontslag nemen was een pittig besluit, maar het geeft ook rust. Voor even, althans, want veel tijd om werkloos thuis te zitten is er natuurlijk niet. Er moet glutenvrij brood op de plank van mijn vriendin, melk in de fles van mijn dochter en voer in de bak van de kat. 

Hoog tijd om verder te kijken en aan de hand van drie vragen te ontdekken waar mijn toekomst ligt. Vandaag deel 1 over mijn hoofd: wat ga ik doen?

Ontslag: hoge bergen, diepe dalen

De route naar mijn ontslag toe heb ik ervaren als lopend de berg op met een zware rugzak: het duurt lang, doet pijn en vreet energie. 

Toen het moment daar was en ik mijn ontslagbrief (lees: mail) verstuurde, zag ik ineens het prachtige uitzicht bovenop de berg. Er viel een last van mijn schouder (vast die rugzak) en ik vergat spontaan de lange, helse tocht om op de top te komen.

Maar de dag(en) erna zie ik ineens donkere wolken die zich samenpakken boven de route naar beneden, langs een steile afgrond met een zwart, gapend gat. En daar wil je niet invallen kan ik je vertellen, zeker niet zonder WW-uitkering. 

Dus het wordt het tijd om mijn route verder uit te stippelen en te kijken waar ik naartoe wil. 

In 3 vragen naar je eindbestemming

Wat je eindbestemming wordt, kun je ontdekken met drie vragen (bron: neemontslag.nl):

  1. Mijn hoofd: waar ben ik goed in?
  2. Mijn hart: Wat wil ik en vind ik leuk?

Maar alleen doen waar je goed in bent en wat goed voelt is vaak niet genoeg. Dan word ik een idealist zonder inkomen, en er moet toch brood op de plank. 

Er moet dus ook een markt zijn voor mijn product of dienst: het gaat niet alleen om wat ik wil, maar ook om wat de anderen willen. Daarom is er nog een derde vraag:

3. De markt: waar is vraag naar?

3 vragen

De komende drie dagen ga ik die vragen beantwoorden. Vandaag deel 1 van het drieluik: mijn hoofd, waar ben ik goed in?

Mijn hoofd: waar ben ik goed in?

Oef, gelijk een lastige, persoonlijke vraag. Voor anderen is het eenvoudig te beantwoorden: George Clooney kan goed acteren en koffie zetten, Mark Rutte kan goed lachen en mijn vriendin kan koken als de beste. Maar wat kan ik?

Tijd voor de eerste hulplijn: mijn omgeving. En die omgeving kwam met drie overkoepelende antwoorden:

1. Ik kan goed schrijven

Ik kan goed schrijven en kom op (digitaal) papier het best tot mijn recht. Vooral langere, verhalende en informerende teksten schrijven ligt mij, net als doelgroepgericht schrijven en daarbij lastige materie eenvoudig en gestructureerd verwoorden.

2. Ik kan goed uitleggen

Ik kan goed uitleggen en ben enthousiast en geduldig. Dat laatste niet naar mijzelf toe, maar de jaren voor de klas als taal- en vaardigheidsdocent hebben duidelijk gemaakt dat ik goed uit kan leggen en (bijna) eindeloos geduld heb met studenten.

3. Ik ben nauwkeurig

Ik zoek dingen tot op de bodem uit en ben nauwkeurig. Nieuwe tent kopen? Lang leve de Excel-lijstjes met een uitgebreid vergelijkend warenonderzoek (erfenis van mijn vader). Lastige taalkwestie? Laat dat maar aan mij over, een mooie conclusie gegarandeerd! Een tekst nakijken? Mijn taalgevoel (en -kennis) laat mij nooit in de steek.

Volgende stap: mijn hart

Ik kan hier natuurlijk nog twintig dingen noemen waar ik goed in ben (*schouderklop*), maar soms is minder meer. Bovendien ben ik vrij bescheiden en is 487 woorden over mijzelf voor nu even genoeg. Met deze drie sterke eigenschappen op zak ga ik door naar stap twee: wat wil ik, waar ligt mijn hart?